Zoek binnen deze site :

                                                            Klik hier voor contact

Enkel


Voor fysiotherapeuten is een richtlijn ontwikkeld over het acuut enkelletsel.
Aan de hand hiervan kan hij bepalen welke behandeling er op welk moment gedaan moet worden en hoelang de blessure nog gaat duren. Hoe gaat dit nu in zijn werk?

Eerst zal de fysiotherapeut de ernst van het letsel beoordelen.
Bij een licht letsel is er een geringe zwelling en enige pijn bij het lopen.
Na 14 dagen kan men de normale alledaagse activiteiten weer hervatten.
Na 3 tot 6 weken kan men weer volop sporten.

Het herstel van een wat ernstiger letsel is in 4 fasen onder te verdelen.
Fase 1 (0-3 dagen na het ontstaan van het letsel):
-verschijnselen: pijn in rust, zwelling, kan geen steun nemen op de voet.
-behandeling: koelen, hoog leggen, drukverband, lopen met krukken, oefeningen doen die geen pijn veroorzaken.
-wat wel en wat niet: bij zittend werk het been hoog leggen, bij staand werk mag men niet werken, zeker niet sporten.
Fase 2 (4-10 dagen na het ontstaan van het letsel):
-verschijnselen: zwelling die langzaam afneemt, pijn bij bewegen van de enkel en bij lopen, men kan weer een beetje bewegen en lopen.
-behandeling: als de zwelling voldoende afgenomen is wordt de enkel ingetaped, weer zo normaal mogelijk proberen te lopen, oefeningen om de enkel sterker te maken.
-wat wel en wat niet: men mag niet te veel en te lang bewegen (er ontstaat dan meer zwelling en pijn).
Fase 3 (11-21 dagen na het ontstaan van het letsel):
-verschijnselen: een beetje zwelling, bij bepaalde bewegingen ontstaat nog pijn, men kan weer normaal lopen.
-behandeling: oefeningen om de enkel steviger te maken, de enkel blijft nog wel ingetaped, voorzichtig de sportactiviteiten weer oppakken door te beginnen met de minst belastende onderdelen van de sport.
-wat wel en wat niet: men moet wel voorzichtig blijven en goed zwelling en pijn in de gaten houden.
Fase 4 (3 tot 6 weken na het ontstaan van het letsel):
-verschijnselen: bij bepaalde onverwachte bewegingen is er soms nog pijn, de enkel kan volledig worden belast.
-behandeling: oefeningen om de enkel steviger en beweeglijker te maken, weer voluit gaan sporten en trainen, de tape af bouwen (eventueel tijdelijk een brace dragen, maar deze ook snel afbouwen).

Conclusie:
Is het letsel licht dan kan men na 14 dagen weer meedoen.
Is het letsel ernstiger dan moet men rekening houden met 3-6 weken voordat men weer volop kan meedoen.
Factoren die het herstel be´nvloeden zijn: je eigen herstelvermogen, hoe zwaar gaat de enkel belast worden (eredivisie of afdelingsklasse), intensieve begeleiding door een fysiotherapeut, jezelf in acht nemen en voorzichtig zijn.

Enkeloefeningen.
De volgende oefeningen kunnen gedaan worden om terug te komen na een enkelblessure. Ontstaan er tijdens of na het oefenen pijn dan moet je de oefening niet meer doen of minder vaak. Dit geldt ook voor de zwelling. Wordt na het oefenen de enkel dik, dan was de oefening voor dit moment te zwaar. Begin met de -a- oefeningen. Als deze geen problemen meer geven probeer dan de -b- oefeningen. Deze zijn zwaarder.

oef 1a:
Op 1 been gaan staan, de knie iets gebogen. Probeer dit 30 sec/1 minuut/2 minuten/etc. vol te houden.

oef 1b:
Hetzelfde als 1a, maar nu door de knie buigen en weer strekken. Laat de knie recht naar voren wijzen. Buig de knie niet verder door dan 100/110 graden.

oef 2a:
Zet beide voeten ongeveer 30 cm uit elkaar. Ga op de tenen staan en weer terug. Zorg ervoor dat beide benen belast worden. (begin met 3 x 10x)

oef 2b:
Op 1 been staan, de knie iets gebogen houden. Ga op de tenen staan en weer terug. Probeer het evenwicht te bewaren.

oef 3a:
Neem de schaatshouding aan, dus diep zitten. Maak de schaatsbeweging. Ga alleen heen en weer. "Glij" op elk been 2 seconden. (begin met 3 x 10x)

oef 3b:
Hetzelfde als 3a, maar nu met kleine sprongetjes van het ene naar het andere been. Probeer de armen op de rug te houden.

oef 4a:
Kleine sprongetjes op de plaats, afzetten met 2 benen. (begin met 3 x 10x)

oef 4b:
Afwisselend kleine sprongetjes en grote sprongen op de plaats. Afzetten met 2 benen

oef 5a:
Maak zo groot mogelijke stappen voorwaarts. (begin met 3 x 10x)

oef 5b:
Maak zo groot mogelijke sprongen voorwaarts.

Hierna kunnen de volgende, -wat meer handbal specifiekere-, oefeningen worden gedaan.
Verdedigen.
Voor een muur gaan staan, en de armen omhoog. Twee passen zijwaarts(of voorwaarts of achterwaarts), recht omhoog springen, 2 passen terug en weer recht omhoog springen. Afzetten met 2 benen. Dit opbouwen van kleine pasjes en een kleine sprong naar grote passen zijwaarts (of voorwaarts of achterwaarts) en een hoge sprong.
Aanvallen.
Begin voorzichtig met een sprongworp zonder bal (wel de armbeweging maken). Eerst een klein sprongetje. Dit uitbouwen naar hoger en verder. Lukt dit goed dan met bal.
Hardlopen in het bos.
De onregelmatige ondergrond in het bos laat de enkel goed wennen aan de onverwachte situaties (voet medespeler of bal) in het veld.