bewegingsgebieden - springen/landen

- voorwaarts, ver
- hoog
- 1 been

voorwaarts, ver

Springen hoog, 1-benig 

 

A been 1 : laatste pas lang in de richting waar je heen moet
B been 2 komt ver omhoog, tot hoger dan horizontaal bovenbeen
C ferme afzet been 1 (ver of hoog)
- D been 2 strekt zich weer tot ongeveer langs been 1
Men kan dit doen vanuit 1, 2, 3 pas ritme
Afzetbeen = linkerbeen bij rechtshandigen
Afzetbeen = rechterbeen bij linkshandigenhoog
 

Springen ver, 1-benig

hoog
hoog, 2 benig
- lichte spreidstand
- knieen buigen en
strekken zich actief
- armen helpen mee

Ideaalbeeld 2-benige afsprong

 

 hier zijn wij al tevreden mee !

Andere sprongvormen :
- loopsprong
- schaatssprong
- hurksprong
- zijwaarts

Springen : - afzet 'verkeerde been'
Rechtshandige zet met rechterbeen af en werpt dus rechtshandig.
  

landen (na sprong met 1 been)
Techniek :
- meestal op afzetbeen, soms op niet-afzetbeen, beide benen
- andere been moet meteen meelanden
- op 2 voeten tegelijk en naast elkaar (parallelstand = 0 pas)



Trainingssuggesties :
Verzwaring door :
Gecombineerde sprongreeksen
Verbinden met loopvormen
Voorwaarts, achterwaarts, zijwaarts
Over hindernissen
Op matten (zachte ondergrond)